Om de kaars optimaal te laten branden en te voorkomen dat er een „tunnel“ ontstaat, moet u deze zo lang laten branden totdat de gesmolten was de gehele bovenkant van de kaars bedekt.
Om de vlam te doven, bedekt u de kaars met het deksel.
Laat de kaars eerst volledig afkoelen voordat u hem opnieuw aansteekt.
Knip de lont voor het opnieuw aansteken in tot maximaal 6 mm.
Bescherm het oppervlak waarop de kaars staat.
De kaars mag niet langer dan vier uur achter elkaar branden.
Laat de kaars niet onbeheerd staan of binnen het bereik van kinderen of huisdieren.